Inkomstenbelasting

Winstberekening, ondernemersaftrek, mkb-winstvrijstelling en Zvw, plus reserveren en voorlopige aanslag.

De inkomstenbelasting is voor een eenmanszaak één jaarlijkse afrekening, maar hij bepaalt wat er onderaan de streep aan jouw kant blijft hangen. Deze gids loopt van “ben ik ondernemer?” tot de laatste heffingskortingen en verwijst je bij elk knooppunt naar het artikel dat verdiept.

Eerst: ben je ondernemer voor de fiscus?

Niet elke zzp’er is ondernemer voor de inkomstenbelasting. De Belastingdienst kijkt naar het aantal klanten, het risico dat je loopt, je zichtbaarheid naar buiten, de tijd die je besteedt en of je je administratie zelf voert. Klopt het beeld niet (één opdrachtgever, geen risico, huiselijk karakter), dan word je gezien als resultaatgenieter of loondienst en gelden de ondernemersaftrekken niet. Dat is geen theorie: dit is de eerste vraag die je aangifte-inspecteur beoordeelt.

Van omzet naar winst

De rekensom is simpel in vorm en groot in gevolgen. Omzet minus kosten is winst; winst is dus je “bruto inkomen”. Welke kosten aftrekbaar zijn hangt af van het zakelijke karakter (drie voorwaarden: nut voor de onderneming, niet privé, een factuur die aan de eisen voldoet). Bij investeringen boven € 450 excl. btw per bedrijfsmiddel mag je niet direct in de kosten; die schrijf je af over vijf jaar (of langer bij een langere levensduur), met een restwaarde. Onder de grens boek je hem in één keer als kosten.

De ondernemersaftrekken

Op je winst mogen ondernemersaftrekken. De zelfstandigenaftrek van € 1.200 is de basis; hij eist het urencriterium van 1.225 uur en daalt in 2027 naar € 900 (afbouwpad). De startersaftrek van € 2.123 komt daarbovenop in maximaal drie van je eerste vijf jaar. Belangrijk: het Belastingplan 2027 stelt voor de startersaftrek in 2027 te versoberen tot € 10 en per 2028 helemaal te schrappen; dat is nog voorstel maar wees erop voorbereid. Zie wat verandert er voor zzp’ers in 2027 voor het volledige overzicht van de aangekondigde maatregelen.

Voor investeringen kent het jaar de kleinschaligheidsinvesteringsaftrek (KIA): tussen € 2.900 en € 71.683 mag je 28% van het investeringsbedrag extra van je winst aftrekken. Bedragen daaronder tellen niet (drempel); daarboven geldt een vast bedrag met afbouw. De KIA telt naast de gewone afschrijving.

Mkb-winstvrijstelling en de aftrekbeperking

Na de ondernemersaftrekken past de fiscus de mkb-winstvrijstelling van 12,7% toe over wat er over is. Die is niet aan het urencriterium gekoppeld en pakt zowel bij starters als bij ondernemers zonder urencriterium. Voor hoge winsten geldt een aftrekbeperking: het deel van de aftrekken dat in de derde schijf zou belanden, wordt tegen slechts 37,56% berekend in plaats van 49,50%. Concreet: het effect van de aftrek is boven € 78.426 winst kleiner dan eronder.

Werkruimte, auto, telefoon: de gemengde kosten

Sommige uitgaven zijn deels zakelijk, deels privé. De werkruimte thuis is bijna nooit aftrekbaar bij een eenmanszaak (strenge zelfstandigheidseis); telefoon en internet volgen een naar-verhouding-regel; de auto is de bekende splitsvraag met twee routes: zakelijk op de balans met bijtelling, of privé met € 0,23 per zakelijke kilometer (voorstel Prinsjesdag 2026: verhoging naar € 0,25 met terugwerkende kracht). Studiekosten zijn aftrekbaar zolang ze je huidige beroep onderhouden; verdiepende studies naar een ander vak zijn discutabel.

Van winst naar netto: schijven en kortingen

Op de belastbare winst (winst min ondernemersaftrek min mkb-winstvrijstelling) heffen twee dingen: box 1-tarieven (35,75% en 37,56%, boven € 78.426 schijf 3 van 49,50%) en de Zvw-bijdrage van 4,85% over dezelfde grondslag (max € 79.412 bijdrage-inkomen). De Zvw is de belasting die iedereen vergeet in te calculeren. Ook de heffingskortingen doen mee: algemene heffingskorting (tot € 3.115 bij lage inkomens, afgebouwd tot nul boven € 78.426) en de arbeidskorting die net iets anders werkt.

Werk je ernaast in loondienst?

Wie naast loondienst als zzp’er werkt, heeft twee inkomens die samen tot boxdiscussies leiden. Je werkgever hield al belasting in via de loonheffing; je onderneming leidt tot bijbetaling of teruggaaf via de aangifte. Het urencriterium halen is met een fulltime dienstverband praktisch onmogelijk; startersaftrek blijft dan buiten bereik.

Reserveren en de voorlopige aanslag

Om de klap in mei te voorkomen: reserveer maandelijks een percentage op een spaarrekening (rekentool: reserveringspercentage). Vraag een voorlopige aanslag aan zodra je weet dat er winst inzit; dan betaal je maandelijks in plaats van in één keer en bespaar je de belastingrente van 5%. Voor wisselende winst bestond de middelingregeling; die is per 2023 afgeschaft (laatste tijdvak 2022-2024).

Wanneer aangifte doen?

De aangifte inkomstenbelasting doe je vóór 1 mei van het jaar volgend op het belastingjaar. Uitstel is standaard mogelijk (na verzoek) tot 1 september. Voor onbelaste pensioenopbouw via de jaarruimte-lijfrente (max € 35.589) geldt: aftrek in het jaar van storting, betaling belastingvrij tot uitkering. Wie een aov heeft, trekt die premie af als privé-uitgave in box 1; de eventuele uitkering is later belast.

Bronnen

Basis

Aftrekposten

Aanslagen

Reserveren