Hoe schrijf je bedrijfsmiddelen af?

Marc Timmer, financieel specialist bij BTW Vriend

Bijgewerkt ·Gecontroleerd op

Inhoud6 secties
  1. 1De formule
  2. 2De grenzen van het spel
  3. 3Verkoop, inruil of exit: de boekwaarde rekent af
  4. 4De startersbonus: willekeurig afschrijven
  5. 5In de praktijk
  6. 6Bronnen

De rode draad staat op de gids over inkomstenbelasting; deze pagina zoomt in op één onderdeel.

Afschrijven klinkt als boekhoudersjargon, maar het idee past in één zin: een bedrijfsmiddel gaat jaren mee, dus je trekt de kosten af verspreid over die jaren, elk jaar het deel dat je “opgebruikt”. Wie de logica eenmaal ziet, kan elke afschrijving zelf uitrekenen. We doen het voor met de aankoop waar het bij zzp’ers het vaakst over gaat: een laptop van € 1.200.

Laptop € 1.200, restwaarde € 200 → € 200 aftrek per jaar Jaar 1 € 200 Jaar 2 € 200 Jaar 3 € 200 Jaar 4 € 200 Jaar 5 € 200 Boekwaarde start jaar € 1.200 € 1.000 € 800 € 600 € 400 → € 200 rest
Lineair afschrijven in vijf gelijke stappen: na jaar 5 staat de boekwaarde op de restwaarde.

De formule

Drie ingrediënten: de aanschafwaarde (€ 1.200 ex btw), de restwaarde (wat het ding na de gebruiksperiode nog waard is; zeg € 200), en de gebruiksduur (hoe lang hij meegaat; zeg vijf jaar). De jaarlijkse afschrijving: (aanschafwaarde − restwaarde) ÷ gebruiksduur = (1.200 − 200) ÷ 5 = € 200 per jaar. Vijf jaar lang gaat er € 200 van je winst af, en in je administratie daalt de boekwaarde elk jaar mee: van € 1.200 naar uiteindelijk € 200. Dit heet lineair afschrijven en het is voor vrijwel alle zzp-middelen de norm.

De grenzen van het spel

Je mag niet sneller afschrijven dan 20% van de aanschafkosten per jaar: een bedrijfsmiddel doet er fiscaal dus minimaal vijf jaar over, ook als jouw laptop in de praktijk na drie jaar op is. De restwaarde en gebruiksduur schat je zelf, redelijk en onderbouwd; niemand verwacht een taxatierapport, wel gezond verstand (een telefoon: drie tot vijf jaar met bescheiden restwaarde; inventaris: vijf tot tien jaar). En je start bij ingebruikname, naar rato: koop je de laptop op 1 oktober, dan schrijf je dat jaar drie maanden af (€ 50), niet een heel jaar.

Verkoop, inruil of exit: de boekwaarde rekent af

Verkoop je het middel, dan vergelijk je verkoopprijs met boekwaarde. Meer gekregen dan de boekwaarde? Het verschil is boekwinst en telt bij je winst op. Minder? Boekverlies, extra aftrek. Zo klopt het systeem altijd precies: over de hele levensduur trek je exact af wat het middel je netto kostte. Onthoud alleen de KIA-staart: verkopen binnen vijf jaar na het investeringsjaar betekent een stukje investeringsaftrek terugbetalen.

De startersbonus: willekeurig afschrijven

Hier zit een cadeautje dat weinig starters kennen: wie recht heeft op de startersaftrek, mag op investeringen uit die jaren willekeurig afschrijven: zelf bepalen wanneer en hoeveel, tot desnoods alles in jaar één. Dat is een krachtige knop: in een verrassend goed startjaar druk je de winst (en dus de belasting) door een investering versneld af te schrijven; in magere jaren bewaar je de aftrek juist voor later. Het vraagt alleen een bewuste keuze per middel, en het is een van de redenen om je startersjaren fiscaal serieus te plannen in plaats van te ondergaan.

Kanttekening voor 2028 en later: het Belastingplan 2027 (Prinsjesdag 15 september 2026, samenvatting op /actueel/) stelt voor deze regeling per 1 januari 2028 te schrappen. Voor bedrijfsmiddelen die je in 2026 of 2027 aanschaft, blijft willekeurig afschrijven mogelijk; vanaf 2028 val je terug op de gewone 20%-per-jaar-lineair. Nog voorstel, maar goed om te weten bij planning.

In de praktijk

Houd een simpel afschrijvingsstaatje bij (middel, aanschafdatum, bedrag, restwaarde, duur, boekwaarde); een goed boekhoudpakket doet dit automatisch bij het inboeken van elke aankoop boven de € 450. Bij de aangifte neem je de jaarlijkse afschrijving mee als kosten, klaar. Het is administratie van het rustige soort: één keer goed vastleggen, daarna vijf jaar lang automatisch aftrek.

Bronnen

Verwante vragen

Belastingregels veranderen. Controleer bij twijfel de Belastingdienst of vraag een fiscaal adviseur.

Was dit nuttig?