Wanneer krijg ik de startersaftrek?

Marc Timmer, financieel specialist bij BTW Vriend

Bijgewerkt ·Gecontroleerd op

Jaarlijks te controleren

Inhoud6 secties
  1. 1De voorwaarden: drie uit vijf
  2. 2Waarom die drie keer een keuze is
  3. 3De superkracht: door de nul heen
  4. 4Vergeten te claimen?
  5. 5In één zin
  6. 6Bronnen

De rode draad staat op de gids over inkomstenbelasting; deze pagina zoomt in op één onderdeel.

Bovenop de zelfstandigenaftrek krijgen starters een extra duw: de startersaftrek van € 2.123 (2026). Samen is dat € 3.323 die vóór het belasten van je winst afgaat, in je eerste jaren, precies wanneer elke euro telt. De regeling is genereus maar eindig, en dáár zit het strategische spel: je krijgt hem maar drie keer.

Kanttekening voor 2027 en later: het Belastingplan 2027 (Prinsjesdag 15 september 2026, samenvatting op /actueel/) stelt voor de startersaftrek in 2027 te verlagen tot een symbolische € 10 en per 1 januari 2028 volledig af te schaffen, zonder overgangsregeling. Dat betekent: dit jaar (2026) is voor starters het laatste jaar met een volle startersaftrek. Nog niet aangenomen, maar reken er niet meer op als je pas ná 2026 wilt beginnen of nog beurten wilt bewaren.

De voorwaarden: drie uit vijf

Je hebt recht op de startersaftrek in een jaar waarin je de zelfstandigenaftrek claimt (dus: ondernemer voor de IB én urencriterium gehaald), terwijl je in de vijf voorafgaande jaren minstens één jaar géén ondernemer was én in die vijf jaar hooguit twee keer de zelfstandigenaftrek gebruikte. In gewone taal: in je eerste vijf ondernemersjaren mag je drie keer startersaftrek pakken. De snelle zelfcheck is dus: hoe vaak claimde ik de afgelopen vijf jaar de zelfstandigenaftrek? Nul, één of twee keer? Dan staat de deur nog open.

Waarom die drie keer een keuze is

De drie beurten hoeven niet je eerste drie jaren te zijn: het zijn de eerste drie jaren waarin je de zelfstandigenaftrek claimt. Wie in jaar één naast een baan start en het urencriterium niet haalt, “verbruikt” niets: de beurt schuift door. Dat maakt het een planbaar voordeel: in een jaar met flinke winst is € 2.123 extra aftrek meer waard dan in een jaar met € 3.000 winst. Bewust een beurt bewaren kan dus slim zijn, al is de praktijk voor de meeste fulltime starters gewoon: jaar één, twee en drie, klaar. Waarom juist het tweede jaar vaak het financiële kanteljaar is, lees je in het starten-cluster.

De superkracht: door de nul heen

Anders dan de zelfstandigenaftrek alleen, mag de combinatie mét startersaftrek je winst negatief maken. Draai je in een opbouwjaar € 2.000 winst, dan duwt de gezamenlijke aftrek van € 3.323 je op −€ 1.323: een fiscaal verlies dat je verrekent met andere box 1-inkomsten (je loon ernaast!) of met winsten in andere jaren. Voor starters naast een baan kan dat betekenen dat je loonheffing terugkrijgt: de omgekeerde naheffing. Het is volkomen legitiem, mits de uren en het ondernemerschap echt zijn; dit is nadrukkelijk géén trucje om met een hobbyproject belasting terug te halen, en de Belastingdienst kijkt bij verliesjaren met startersaftrek gewoon mee.

Vergeten te claimen?

Het gebeurt vaker dan je denkt: wél recht, niet aangevinkt. Zolang je aanslag nog niet definitief is, pas je de aangifte gewoon aan; daarna kun je binnen vijf jaar om ambtshalve vermindering vragen. Check dus ook je vorige aangiftes even: € 2.123 aftrek terughalen is een kwartier werk.

In één zin

Haal je de uren en ben je echt gestart: pak hem, drie keer, liefst in je beste jaren, en administreer je uren zó (template) dat niemand er ooit een vraag over hoeft te stellen.

Bronnen

Verwante vragen

Belastingregels veranderen. Controleer bij twijfel de Belastingdienst of vraag een fiscaal adviseur.

Was dit nuttig?