Wat hoort er in rubriek 1a?

Marc Timmer, financieel specialist bij BTW Vriend

Bijgewerkt

Jaarlijks te controleren

Inhoud6 secties
  1. 1Wat hoort erin
  2. 2Wat hoort er niet in
  3. 3Valkuilen
  4. 4Voorbeeld
  5. 5Zo controleer je het zelf
  6. 6Bronnen

De rode draad staat op de gids over rekenregels; deze pagina zoomt in op één rubriek.

Rubriek 1a is voor de omzet die je aan Nederlandse afnemers verricht en waarover je zelf 21% btw berekent. Twee velden: omzet exclusief btw links, btw rechts. Voor de meeste eenmanszaken is dit de belangrijkste regel op de aangifte.

Wat hoort erin

  • Alle omzet tegen 21% aan Nederlandse afnemers, particulieren én ondernemers.
  • Omzet aan buitenlandse particulieren voor diensten waarvan de plaats van dienst Nederland is (hoofdregel B2C: plaats van de dienstverrichter).
  • Doorbelaste kosten die deel uitmaken van je prestatie (reiskosten, materiaal): tegen het tarief van de hoofdprestatie, dus 21% als je zelf 21% factureert.
  • Bij de margeregeling: alleen de winstmarge als omzet en de btw daarover, niet de volledige verkoopprijs.

Wat hoort er niet in

  • Omzet tegen 9%: rubriek 1b.
  • Omzet waarbij de btw naar de afnemer is verlegd (onderaanneming bouw, afvalstoffen): rubriek 1e.
  • Diensten aan ondernemers in andere EU-landen: rubriek 3b.
  • Diensten aan ondernemers buiten de EU: rubriek 1e (plaats van dienst ligt buiten Nederland).
  • Vrijgestelde omzet en KOR-omzet: helemaal niet in de aangifte.
  • Ontvangen schadevergoedingen, subsidies zonder tegenprestatie, doorlopende posten die je één-op-één voor de klant voorschiet.

Valkuilen

Vier fouten in volgorde van hoe vaak ze voorkomen. Ten eerste: het verkeerde tijdstip. Bij het factuurstelsel (hoofdregel) telt de factuurdatum; bij het kasstelsel (voor aangewezen groepen) telt het moment van ontvangst. Vergissing kost een correctie in het volgende tijdvak. Ten tweede: vooruitbetalingen te laat aangeven; de btw is verschuldigd op het moment van de vooruitbetaling, niet op het moment van de prestatie. Ten derde: creditfacturen te laat verwerken; ze verlagen 1a in het tijdvak van de creditfactuur, niet met terugwerkende kracht. Ten vierde: gemengde tarieven op één regel; wie zowel 21% als 9% levert splitst per factuurregel.

Voorbeeld

Een consultant factureert in Q3 vier facturen van elk € 2.500 exclusief btw aan Nederlandse opdrachtgevers. Rubriek 1a: omzet € 10.000, btw € 2.100. De btw telt op in 5a samen met de btw uit andere rubrieken.

Zo controleer je het zelf

De btw in 1a moet gelijk zijn aan 21% van de omzet in 1a, afgerond op hele euro’s. Bij optellen per factuur zijn kleine afrondingsverschillen onvermijdelijk: één of twee euro afwijking is normaal, meer wijst op een fout in het tarief of in de administratie.

Bronnen


Later komt hier het artikel dat beschrijft hoe BTW Vriend rubriek 1a berekent.

Verwante vragen

Belastingregels veranderen. Controleer bij twijfel de Belastingdienst of vraag een fiscaal adviseur.

Was dit nuttig?