Wat hoort er in rubriek 3b?

Marc Timmer, financieel specialist bij BTW Vriend

Bijgewerkt

Jaarlijks te controleren

Inhoud6 secties
  1. 1Wat hoort erin
  2. 2Wat hoort er niet in
  3. 3Valkuilen
  4. 4Voorbeeld
  5. 5Zo controleer je het zelf
  6. 6Bronnen

De rode draad staat op de gids over rekenregels; deze pagina zoomt in op één rubriek.

Rubriek 3b is voor twee soorten omzet samen: goederen die je aan een ondernemer in een ander EU-land levert (intracommunautaire levering, 0%) en diensten die je aan een ondernemer in een ander EU-land verricht (de btw is verlegd naar de afnemer). Één veld: alleen de omzet, geen btw. Alles wat in 3b staat, staat óók op de opgaaf ICP van hetzelfde tijdvak.

Wat hoort erin

  • Goederen verkocht en vervoerd naar een ondernemer in een ander EU-land, met zijn geldige btw-nummer op je factuur.
  • Diensten aan een ondernemer in een ander EU-land onder de hoofdregel: advies, ontwerp, software, vertaling, coaching. Op de factuur staat “btw verlegd” met beide btw-nummers.
  • Ook een KOR-ondernemer die diensten aan EU-ondernemers verricht, moet die in 3b én in de opgaaf ICP melden; onder de KOR is er wél aangifteplicht voor deze stroom.

Wat hoort er niet in

  • Diensten aan particulieren in de EU: hoofdregel is Nederlandse btw in 1a of 1b. Voor digitale diensten aan EU-particulieren boven de EU-brede drempel van € 10.000 geldt de btw van het land van de klant, aan te geven via de OSS-regeling; niet in deze aangifte.
  • Goederen aan particulieren in de EU: onder de drempel Nederlandse btw in 1a of 1b, erboven via OSS.
  • Diensten die een uitzondering vormen op de hoofdregel: diensten aan onroerend goed (belast waar het pand staat), toegang tot evenementen (belast waar het evenement is), restaurantdiensten en kortdurende verhuur van vervoermiddelen.
  • Diensten aan ondernemers buiten de EU: rubriek 1e.
  • Goederen naar landen buiten de EU: rubriek 3a.

Valkuilen

Vier fouten. Ten eerste: 3b niet gelijk aan de opgaaf ICP over hetzelfde tijdvak. Een verschil tussen 3b en de ICP is de snelste weg naar een vragenbrief. Ten tweede: het btw-nummer van je afnemer niet controleren via VIES. Sinds 2020 is een geldig nummer + vermelding op de ICP een harde voorwaarde voor het 0%-tarief bij goederen; ontbreekt een van beide, dan wordt de levering alsnog belast. Bewaar het VIES-resultaat als bewijs. Ten derde: bij goederen het vervoersbewijs niet bewaren (CMR, vervoersfactuur, ontvangstbevestiging). Zonder bewijs dat de goederen Nederland hebben verlaten, geen 0%. Ten vierde: een dienst in 3b zetten terwijl die onder een uitzondering valt. Een architect die aan een pand in Duitsland werkt, factureert met Duitse btw (plaats van dienst = plaats van het pand), niet met “btw verlegd” en dus niet in 3b.

Voorbeeld

Een developer werkt in Q3 voor een Duitse opdrachtgever met een via VIES gecontroleerd DE-btw-nummer en factureert € 9.000 met btw verlegd. Rubriek 3b: omzet € 9.000, geen btw. De opgaaf ICP over Q3 vermeldt € 9.000 bij dat Duitse btw-nummer. Voorbelasting op de bijbehorende kosten (laptop, IDE-abonnement) blijft aftrekbaar in rubriek 5b.

Zo controleer je het zelf

3b heeft nooit een btw-bedrag. Het totaal van 3b moet exact gelijk zijn aan het totaal van de opgaaf ICP over hetzelfde tijdvak; niet ongeveer, exact. Elk btw-nummer in de ICP moet een geldig EU-formaat hebben en géén Nederlands nummer zijn (die horen niet op de ICP). Klopt de aansluiting niet: eerst de ICP corrigeren, dan pas de aangifte indienen.

Bronnen


Later komt hier het artikel dat beschrijft hoe BTW Vriend rubriek 3b berekent.

Verwante vragen

Belastingregels veranderen. Controleer bij twijfel de Belastingdienst of vraag een fiscaal adviseur.

Was dit nuttig?