Fooien, statiegeld en kleine kasverschillen
Marc Timmer, financieel specialist bij BTW Vriend
Bijgewerkt
Inhoud5 secties
De rode draad staat op de gids over dagelijkse boekhoudvragen; deze pagina zoomt in op één situatie.
Wie met contant geld werkt, kent de kruimels: een klant die zegt “laat maar zitten”, een tientje kasverschil na een drukke week, het statiegeld op de kratten van een klus. Te klein voor stress, te echt om te negeren: een kas die niet klopt, hoe weinig ook, knaagt aan het sluitende systeem dat je kasboek juist moet zijn. De nette afhandeling per soort, in het kort.
Fooien: gewoon meetellen
Voor een zzp’er is een fooi géén belastingvrij extraatje: wat klanten je voor je werk geven, hoort bij je winst uit onderneming, ook het afgeronde bedrag “doe maar € 100” op een factuur van € 92,50. Boek fooien dus mee: contant ontvangen fooien als kas-ontvangst (een verzamelboeking “fooien week 37” is prima detail-niveau), en het afgeronde meerdere op een bankbetaling gewoon als onderdeel van de ontvangst. De btw-kant is mild: een echte vrijwillige fooi staat los van je prestatie en blijft buiten de btw-heffing; het is de inkomstenbelasting die meetelt, niet rubriek 1a. Praktisch: klein bedrag, groot principe. Inkomsten verzwijgen begint nooit bij de grote bedragen.
Statiegeld en borg-achtige kruimels
Statiegeld op emballage is geen kostenpost en geen omzet: het is geld dat heen en weer reist. Betaal je statiegeld bij inkoop, dan krijg je het bij inlevering terug; per saldo nul. De pragmatische boeking voor kleine bedragen: laat het meelopen in de kostenpost bij betaling en boek de teruggave als negatieve kosten in dezelfde categorie; dan heft het zichzelf op zonder aparte administratie. Alleen wie structureel met serieuze emballagebedragen werkt, zet er een eigen doorloop-categorie voor op; de gewone zzp’er hoeft van een krat geen project te maken. (Echte borgsommen, zoals huur of apparatuur, zijn een maatje groter en krijgen hun eigen scenario.)
Kasverschillen: eerlijk boeken, niet wegpoetsen
Je telt de kas en er is € 8,50 minder dan het kasboek zegt, of € 5 méér. Boek het verschil zichtbaar als kasverschil (een klein verlies bij tekort, een kleine bate bij overschot) op de datum van telling, en ga door. De verkeerde reflex is het verschil “kloppend maken” door ergens een bedrag aan te passen: dan lieg je tegen je eigen administratie en verlies je precies het signaal waarvoor je telt. Kleine, incidentele verschillen zijn de normale ruis van wisselgeld en afronding; een administratie met af en toe een eerlijk geboekt verschilletje oogt geloofwaardiger dan een die verdacht perfect sluit.
Wanneer het wél aandacht vraagt
Ruis is normaal; een patroon niet. Verschillen die elke telling terugkomen, groeien, of altijd dezelfde kant op wijzen (steeds tekort) vertellen iets: slordig wisselgeld, bonnen die niet direct geboekt worden, of (bij personeel of gedeelde kassa’s) erger. De oplossing zit dan nooit in de boeking maar in het proces: vaker tellen, direct boeken, minder cash aanhouden. Dat is meteen de samenvatting van de hele contant-sectie: hoe kleiner je het contante circuit houdt, hoe minder van deze kruimelregels je ooit nodig hebt.
Bronnen
- Belastingdienst, Administratieve verplichtingen
- Belastingdienst, Inkomstenbelasting voor ondernemers
Verwante vragen
Belastingregels veranderen. Controleer bij twijfel de Belastingdienst of vraag een fiscaal adviseur.
Was dit nuttig?
Bedankt voor je feedback.