Btw op software, SaaS en apps

Door Marc Timmer, financieel specialist

Hoort bij: Btw-tarieven per prestatie

Bijgewerkt ·Gecontroleerd op

Inhoud4 secties
  1. 1Wanneer het anders is
  2. 2Op je factuur en in de aangifte
  3. 3Rekenvoorbeeld
  4. 4Bronnen

Op software, SaaS-abonnementen en apps reken je standaard 21% btw. Digitale diensten vallen onder het algemene tarief van art. 9 lid 1; er is geen aparte verlaagde post. Dat geldt voor downloadbare software, cloudplatforms, mobiele apps, API-toegang, licentieverlengingen en in-app-aankopen. Verkoop binnen Nederland leg je als 21%-omzet in de aangifte vast; voorbelasting op hosting, developer-tooling en betaalplatforms trek je af.

Wanneer het anders is

Bij verkoop aan EU-consumenten (B2C) geldt tot een jaartotaal van € 10.000 aan grensoverschrijdende digitale diensten het Nederlandse 21%-tarief. Kom je over die drempel, dan reken je het btw-tarief van het land van de klant en geef je dat aan via de One Stop Shop (OSS); zie OSS-regeling kort uitgelegd. Bij verkoop aan zakelijke klanten in andere EU-landen (B2B) geldt de hoofdregel voor diensten: de btw is verlegd naar de afnemer. Op de factuur staat 0% met het btw-nummer van de klant; zie buitenlandse diensten (rubriek 4a/4b). Verkoop aan klanten buiten de EU valt doorgaans buiten de Nederlandse heffing (plaats van dienst is daar). App-stores (Apple, Google) treden vaak als commissionair op: dan factureert de store de klant en jij factureert de store, met het bijbehorende btw-regime.

Op je factuur en in de aangifte

Nederlandse 21%-omzet komt in rubriek 1a van je btw-aangifte; verlegde B2B-leveringen aan EU-ondernemers in rubriek 3b én in de opgaaf ICP; diensten aan klanten buiten de EU in rubriek 3a of buiten de aangifte (afhankelijk van de plaats-van-dienst). OSS-omzet valt buiten de reguliere aangifte en krijgt een aparte kwartaalaangifte. Voorbelasting trek je af in rubriek 5b. Hoe de rubrieken werken, staat in rubrieken van de btw-aangifte.

Rekenvoorbeeld

Je verkoopt 50 maandabonnementen van je SaaS aan Nederlandse zzp’ers (€ 29 excl. per stuk) en 10 abonnementen aan een Duitse ondernemer (€ 29 excl. per stuk):

  • NL-omzet: 50 × € 29 = € 1.450 exclusief · 21% btw = € 304,50 · rubriek 1a
  • DE-ondernemer: 10 × € 29 = € 290 exclusief · 0% verlegd · rubriek 3b + ICP
  • Afdracht Nederland: € 304,50 (minus voorbelasting)

Bronnen

Verwante vragen

Belastingregels veranderen. Controleer bij twijfel de Belastingdienst of vraag een fiscaal adviseur.

Was dit nuttig?