Aanloopkosten van vóór je start opvoeren

Marc Timmer, financieel specialist bij BTW Vriend

Bijgewerkt

Inhoud4 secties
  1. 1Wat kwalificeert als aanloopkosten
  2. 2De btw: ook die mag alsnog terug
  3. 3Het verschil met spullen die je al had
  4. 4Praktisch opvoeren

De rode draad staat op de gids over dagelijkse boekhoudvragen; deze pagina zoomt in op één situatie.

De cursus die je volgde toen het nog een plan was, de laptop van twee maanden vóór je KVK-inschrijving, het adviesgesprek, de eerste software-licenties: veel ondernemingen kosten al geld vóórdat ze officieel bestaan. Goed nieuws dat starters vaak missen: die aanloopkosten zijn niet verloren. Kosten die je aantoonbaar maakte met het oog op je onderneming, mag je na de start alsnog opvoeren.

Wat kwalificeert als aanloopkosten

De toets is het oogmerk: is de uitgave gedaan ter voorbereiding van déze onderneming? Marktonderzoek, een cursus of certificering voor je vak, apparatuur en software aangeschaft voor de start, notaris- of advieskosten, de eerste marketinguitingen, ritten naar leveranciers of netwerkbijeenkomsten: allemaal ja, mits je het verband aannemelijk kunt maken. Wat er buiten valt: algemene levenskosten uit die periode, en hobby-uitgaven die pas achteraf “voorbereiding” werden. De redelijke termijn doet ook mee: kosten van enkele maanden tot een jaar voor de start zijn goed verdedigbaar; de opleiding van vijf jaar geleden wordt een lastig verhaal. Vuistregel: hoe concreter het plan al was toen je betaalde, hoe sterker de aftrek.

De btw: ook die mag alsnog terug

Zodra je btw-ondernemer bent, mag je de btw op aanloopkosten als voorbelasting terugvragen, vaak in je eerste aangifte, een van de redenen dat die eerste aangifte nogal eens op teruggave uitkomt. Voorwaarde is het bekende bewijs: geldige bonnen en facturen, bij grotere bedragen op jouw naam. Dít is waarom het startersadvies altijd luidt: bewaar vanaf het moment dat het plan serieus wordt élke bon; je weet op dat moment nog niet welke je gaat gebruiken, en achteraf verzamelen is het bekende verloren-bonnen-verhaal.

Het verschil met spullen die je al had

Belangrijk onderscheid dat vaak door elkaar loopt. Aanloopkosten zijn uitgaven gedaan vóór de start mét het oog op de zaak: die voer je op tegen de betaalde prijs, met bon. Inbreng is spul dat je toch al bezat (de laptop van vorig jaar, gekocht zonder ondernemersplan) en nu de zaak in brengt: dat gaat tegen de huidige waarde, zonder btw-teruggave. De lakmoesproef: waaróm kocht je het destijds? Voor de toekomstige zaak → aanloopkosten. Gewoon voor jezelf → inbreng. Zelfde voorwerp, twee verschillende routes met verschillende bedragen.

Praktisch opvoeren

Verzamel de aanloopbonnen in je gewone digitale systeem met een herkenbaar label (“aanloop”), boek ze in je eerste boekjaar in als gewone kosten of (boven € 450) als investering, en neem de btw mee in de eerste aangifte. Eén avond werk, en de voorbereidingsfase betaalt fiscaal gewoon mee, zoals het hoort, want ondernemen begon niet bij de KVK-balie maar bij de eerste euro die je erin durfde te steken.

Verwante vragen

Belastingregels veranderen. Controleer bij twijfel de Belastingdienst of vraag een fiscaal adviseur.

Was dit nuttig?