Hoe boek ik mijn startkapitaal uit eigen zak?

Marc Timmer, financieel specialist bij BTW Vriend

Bijgewerkt

Inhoud5 secties
  1. 1Geld inbrengen: een privé-storting, niets meer
  2. 2Spullen inbrengen: waardeer eerlijk, leg vast
  3. 3De openingsfoto: één lijstje dat jaren werkt
  4. 4Hoeveel breng je in? De buffer-vuistregel
  5. 5Bronnen

De rode draad staat op de gids over dagelijkse boekhoudvragen; deze pagina zoomt in op één situatie.

Vrijwel elke eenmanszaak start met eigen geld: een paar duizend euro spaargeld naar de nieuwe zakelijke rekening, plus de laptop en telefoon die je al had. Hoe heet dat in de boeken, wat mag je ervan aftrekken, en verwacht de Belastingdienst een officieel “startkapitaal”? De antwoorden zijn ontspannener dan starters vrezen, met één waarderingsvraag die aandacht verdient.

Geld inbrengen: een privé-storting, niets meer

Er bestaat voor een eenmanszaak geen minimumkapitaal en geen formele kapitaalstorting: je brengt in wat jij nodig vindt, wanneer je wilt. De overboeking van je spaarrekening naar de zaak is simpelweg een privé-storting: geen omzet, geen schuld, geen rente, gewoon jouw geld dat de onderneming in gaat. Aftrekbaar is de storting zelf dus niet (je hebt nog niets gekócht); de aftrek komt vanzelf zodra je er dingen van betaalt: apparatuur, software, inrichting volgen dan de gewone regels, inclusief de investeringsgrens en de KIA. Het geld is de brandstof; de uitgaven zijn de aftrek.

Spullen inbrengen: waardeer eerlijk, leg vast

Interessanter is wat je al hád: de laptop van vorig jaar, de camera, het gereedschap. Die mag je inbrengen in de onderneming tegen de werkelijke waarde op het startmoment, niet de oude aankoopprijs. De tweejarige laptop van ooit € 1.500 is nu misschien € 600 waard: dát bedrag komt de zaak in (als bedrijfsmiddel dat je afschrijft, of direct als kosten onder de € 450). Onderbouw de waardering pragmatisch: de oorspronkelijke aankoopbon plus een blik op wat vergelijkbare tweedehands exemplaren nu kosten, kort vastgelegd bij de inbreng. Eén ding zit er níet in: btw-aftrek. Die spullen kocht je destijds privé, en die trein is gepasseerd. (Vandaar de starterstip andersom: wat je ná je start koopt, koop je zakelijk, mét terug te vragen btw.)

De openingsfoto: één lijstje dat jaren werkt

Formeel heet het een openingsbalans, praktisch is het een A4: wat zit er op dag één in de zaak (het gestorte geld, de ingebrachte spullen met hun waarde) en waar kwam het vandaan (allemaal eigen inbreng, of deels geleend). Tien minuten werk, en het beantwoordt bij voorbaat elke latere vraag over “waar die eerste bedragen vandaan kwamen”: het herkomstverhaal waar administraties op drijven. Boekhoudpakketten vragen deze gegevens meestal gewoon uit bij het inrichten; dan is dit lijstje het invulwerk van de eerste avond.

Hoeveel breng je in? De buffer-vuistregel

Fiscaal maakt het bedrag niets uit; praktisch wel. De klassieke startersfout is te kráp inbrengen, waardoor de zaak vanaf maand twee structureel bijgeplust moet worden en elke tegenvaller direct privé voelbaar is. De werkbare vuistregel: je verwachte aanloopkosten plus drie maanden vaste zakelijke lasten als startbuffer. Dat maakt de eerste kwartaalaangifte, de eerste trage betaler en de eerste kapotte apparatuur tot boekhoudkwesties in plaats van crisismomenten, en dat verschil is precies wat startkapitaal moet kopen.

Bronnen

Verwante vragen

Belastingregels veranderen. Controleer bij twijfel de Belastingdienst of vraag een fiscaal adviseur.

Was dit nuttig?