Box 3 en vermogensbelasting op je spaargeld | BTW Vriend

Door Marc Timmer, financieel specialist

Hoort bij: Kennisbank

Bijgewerkt

Jaarlijks te controleren

Inhoud3 secties
  1. 1Wat je er praktisch mee doet
  2. 2Waar je het tegenkomt
  3. 3Bronnen

Box 3 is het deel van de inkomstenbelasting dat gaat over je privévermogen: spaargeld, beleggingen, een tweede huis, cryptomunten. In 2026 nog altijd via een forfaitair stelsel: de Belastingdienst rekent met veronderstelde rendementspercentages per vermogenscategorie (sparen laag, beleggingen hoog) en belast dat fictieve rendement in box 3.

Wat je er praktisch mee doet

Alleen vermogen boven het heffingvrij vermogen van € 59.357 per persoon (2026) telt mee. Fiscale partners mogen hun vermogen samentellen en verdelen; samen dus € 118.714 vrij. Op het bedrag daarboven berekent de Belastingdienst een fictief rendement: 1,44% over banktegoeden, 6,00% over overige bezittingen en 2,61% aftrek over schulden (peildatum 1 januari). Dat rendement wordt belast tegen een tarief van 36%. Je kunt bezwaar maken als je werkelijke rendement lager was dan het fictieve; sinds de Hoge Raad-arresten uit 2024 moet de Belastingdienst dat lagere werkelijke rendement volgen. Een nieuw stelsel op basis van echt rendement is in voorbereiding voor 2028.

Waar je het tegenkomt

In je jaarlijkse aangifte inkomstenbelasting als derde box, naast box 1 en box 2. Als eenmanszaak staat je spaargeld in principe in box 3 (zie ondernemingsvermogen en privévermogen); alleen vermogen dat je nodig hebt om te ondernemen hoort op de zaakbalans en valt in box 1. Voor zzp-specifieke keuzes: zakelijk of privévermogen, buffer en reservering en box 3, wat verandert in 2026.

Bronnen

Verwante vragen

Belastingregels veranderen. Controleer bij twijfel de Belastingdienst of vraag een fiscaal adviseur.

Was dit nuttig?